Geplukt Jan Heijnen Panningen

Met zijn scherpe geheugen weet Jan Heijnen (87) uit Panningen tot in de kleinste details verhalen uit zijn leven te vertellen. Zo weet hij nog veel te delen over de oorlog, de watersnoodramp waar hij heen ging om te helpen en al zijn vrijwilligerswerk. Jan houdt niet van stil zitten en is zijn hele leven lang altijd bezig geweest. Deze week wordt hij geplukt.

Jan woont ondanks zijn vergevorderde leeftijd nog altijd op zichzelf in Panningen. Zijn vrouw Trees overleed drie jaar geleden. "Dat deed veel pijn. Gelukkig helpen mijn kinderen mij ontzettend goed." Het gaat zo goed zelfs dat hij onlangs besloot weer kippen te gaan houden. Ook fietst Jan vrijwel iedere dag nog een flink stuk. Dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. "Ze hebben al drie keer de bekende ziekte bij me geconstateerd. Maar het is me gelukt om er steeds weer bovenop te krabbelen. Wat dat betreft ben ik er nu goed aan."

Buitengebied Meijel
Misschien komt dat door sterke genen of doordat het lichaam van Jan gehard is door het werken dat hij zijn hele leven heeft gedaan. Dat werken begon voor Jan in het buitengebied van Meijel, richting de grens met Noord-Brabant. Daar werd hij geboren en woonde hij met zijn ouders en twee broers in een boerderij. "We hadden een gemengd bedrijf, wat toen nog heel normaal was. We hielpen als kinderen met alles mee. Van de was doen tot koeien melken en van kippen voeren tot turf binnenhalen. Er was altijd genoeg te doen."

Toen Jan bijna 8 jaar oud was, begon de Tweede Wereldoorlog. Een periode die Jan zich nog haarscherp kan herinneren. "Op 10 mei 1940 werden we 's morgens om 06.00 uur wakker gemaakt. We mochten nog een glaasje melk drinken in de keuken, voordat we naar Asten vertrokken om daar te schuilen." Nadat de Duitsers de controle in het hele land hadden overgenomen, keerde het gezin Heijnen huiswaarts. Daar brak een periode van relatieve rust aan. "We hebben niet zo heel veel van de oorlog gemerkt", vertelt Jan. "Je lette goed op wat je zei en we moesten in het geheim de boter maken, anders namen de Duitsers het mee. Voor de rest ging het leven gewoon door. De scholen waren wel regelmatig bezet. Dat vonden wij als jongens natuurlijk ontzettend prettig."

Tegen het einde van de oorlog werd het spannender. Iedere dag kwamen er veel vliegtuigen voorbij. Wederom moest er geschuild worden. "We kwamen bij een molenaar terecht in Meijel, maar ook daar moesten we weg." Buiten gekomen bleken de rookwolken en ontploffingen voor een grote chaos te zorgen. "We raakten onze vader kwijt. Die hebben we pas drie weken later weer gezien. We hadden geen idee of hij gewond was geraakt of misschien wel dood was. Gelukkig was er niets aan de hand."

Timmerman
Na de oorlog startte het gewone leven weer. Jan ging naar de ambachtsschool van de broeders in Heibloem. "Dat was eigenlijk een interne school voor moeilijk opvoedbare kinderen, maar wij mochten met een paar man toch les komen volgen." Hij leerde er voor timmerman en ging daarna aan de slag bij bouwbedrijf Verstappen in Meijel. "We deden vooral reparatiewerk bij stallen die in de oorlog beschadigd waren geraakt." Ook vervulde Jan 22 maanden lang zijn dienstplicht waaronder een tijdlang op een Engelse basis. Na de ambachtsschool volgde Jan vier jaar lang nog diverse bouw- en logistiekgerelateerde cursussen. "Dat deed ik na het werk. Om nog wat hogerop te komen." Verder was hij 17 jaar bestuurslid van de hout- en bouwbond.

Ondertussen was Jan ook erg actief in het Meijelse verenigings- en uitgaansleven. "Ik speelde bij de harmonie in Meijel en ik was keeper bij RKMSV Meijel. In het weekend trokken we met vrienden naar Brabantse dorpen als Heusden, Neerkant en Asten om daar te gaan dansen. Ik durf wel te zeggen dat ik goed kon dansen. In Brabant waren de dames niet zo preuts als in Limburg. Daarom gingen we daarheen", vertelt Jan lachend. Toch ontmoette hij Trees bij één van de keren dat hij naar café/zaal Brummans in Panningen ging. "Daarvoor genoot ik van mijn vrijheid."

Gruwelijke ervaring
Trees en Jan gingen vrijen. Dat was in 1952. Een jaar later gebeurde er iets dat een grote impact had op Jan. "Mijn compagnie van de dienstplicht werd opgeroepen om te gaan helpen bij de watersnoodramp in Zeeland. We vulden zandzakken aan en we gingen met bootjes langs huizen om mensen van hun daken te bevrijden." Het was verschrikkelijk wat Jan allemaal zag. "Huilende mensen op daken die hun kinderen kwijt waren geraakt aan de ene kant van een huis en aan de andere kant dreef het vee van hun boerderij weg. Een gruwelijke ervaring."

Na terugkomst besloten Jan en Trees samen te gaan wonen in Panningen, het dorp waar Trees geboren was. In 1957 trouwden ze. Er volgden vier kinderen. Jan was inmiddels als uitvoerder werkzaam op de bouw. In 1974 kwam daar abrupt een einde aan. "Bij een klus moest ik wat spullen naar boven brengen met een lift. Toen de lift boven was, op 6 meter hoogte, stapte ik uit, maar de vloer was niet goed gemaakt." Jan viel naar beneden en brak nekwervels, schouder en heup. Op de bouw werken zat er daarna niet meer in. "Na het revalideren ben ik aan de slag gegaan als conciërge bij de LTS in Panningen. Het contact met de kinderen was echt heel leuk. Ik heb het altijd mooi werk gevonden."

Klarinet
Naast het werk was Jan nog altijd actief in de muziekwereld. "Ik ben bij de harmonie in Panningen gegaan waar ik klarinet speelde, net als in Meijel." Later zat Jan nog bij joekskapel Strötje waar hij de bugel en tuba als instrument had. "En ik speel vanaf mijn achtste mondharmonica." Niet alle instrumenten waren voor hem weggelegd. "Ik heb een accordeon gehad, maar als ik daarop speelde, liep de hele buurt weg."

Daarnaast was Jan als vrijwilliger actief bij onder meer heemkundevereniging Helden, Jong Nederland Panningen en de buurtvereniging. Bij die laatste was hij zelfs zeven jaar voorzitter. "Dat was heel gezellig. We organiseerden activiteiten als een Sinterklaasmiddag, wandeltocht en buurtbarbecue. Dat heb ik graag gedaan." Verder moeten ook hobby's als foto's en filmpjes maken, de jaarlijkse vakanties naar Duitsland en zijn grote moestuin niet vergeten worden. "Ik heb het altijd druk gehad, ja."

Inmiddels moet Jan door zijn ziekte en leeftijd veel laten. Toch bekijkt hij alles positief. "Ik heb het goed. Ik heb vier kinderen, twaalf kleinkinderen en vier achterkleinkinderen. Vaak zijn die bezorgder over mij dan ik over mezelf. Ik kan gelukkig nog veel zelf en ik ben nog goed bij. Over mij hoeft niemand zich zorgen te maken. Samen met mijn familie en de kippen red ik het prima."

Tekst en beeld: Rob Dieleman